|
Studenten (auto)mechanica zien ze vliegen

Op donderdag 26 mei om kwart over zes vertrok een bus met leerlingen en enkele leerkrachten naar de luchtmachtbasis van Kleine Brogel in Peer. Terwijl oud-leerling en F16-piloot Gunther Van de Putte met toestel aan het vliegen was kregen we een schitterende rondleiding doorheen de basis.
Na een korte briefing gingen we naar de take-off van de F16. Take-off is het opstarten van het vliegtuig. We mochten dichtbij maar met voldoende veiligheidsafstand. Als je weet dat het vliegtuig alles in zijn turbine opzuigt wat zich binnen een straal van 8 meter bevindt, bleven we keurig op de voorgeschreven afstand staan. Wij zagen hoe de piloten het 11.000 kg zware toestel maar wel met een 16.000 PK krachtige motor aan 300 km/u het asfalt verlieten. Even de naverbranding om snel aan hoogte te winnen en weg waren ze om de G-krachten te trotseren (G-krachten van -3 to +9G).
Een tweede stop was de PR-ruimte van de luchtmachtbasis waar we tijdens de presentatie over de geschiedenis van de F16 van een koffie of een frisdrank konden genieten. Daar werd ons uitgelegd wat er op de luchtmachtbasis allemaal gebeurt en we leerden ook hoe het komt dat een 30 jaar oude Belgische F16 nog steeds tot de wereldtop behoort van de gevechtsvliegtuigen. Men maakte ons ook duidelijk hoe aan de moderne oorlogsvoering wordt gedaan; laser- en GPS-bommen hebben voor ons dan ook geen geheimen meer.
Op naar volgende halte, de werkplaatsen, waar we netjes binnen de uitgetekende lijnen moesten blijven. De eerste werkplaats dient om de F16 te wassen, de tweede om de lak bij te werken en de derde om de F16 te ontmantelen. Het werd snel duidelijk hoe groot de luchtinlaat wel is; zonder problemen kan hij 2 volwassen personen tegelijkertijd opzuigen. De motor wordt uit het toestel gehaald door middel van een rail en 2 bevestigingspunten. Over het doel van de "pin" op de neus werd volop gespeculeerd temeer dat het een buis is en geen punt. Nee, de pin dient niet om kogels af te vuren maar om lucht binnen te laten waarmee de snelheid, hoogte… wordt bepaald.
In de vierde werkplaats wordt de motor geïnspecteerd en volledig gedemonteerd, onderdelen vervangen en opnieuw gemonteerd. Een ervaren team doet daar zo'n 3 weken over. Ook de (variabele) uitlaat oogt spectaculair. Afhankelijk van het soort onderhoud gebeurt dit iedere 200 (ongeveer 12 maanden) of iedere 300 uur. Na dit onderhoud is het de beurt aan de testpiloot die alle functies moet uittesten en bepalen of het toestel weer voor 300 uur veilig de lucht in kan. Het spreekt voor zich dat bij iedere start een volledige checkup gebeurt.
Na het middagmaal was het tijd om -mits een goede spijsvertering- "te genieten" van de professionele Flight Simulator. In een echte cockpit met 3 gigantische Barco-projectoren maakte een piloot met ons een korte vlucht. Gelukkig was de tijd beperkt zodat er geen tijd meer over was voor een looping en een luchtgevecht.
Na een stop voor de groepsfoto kwamen we bij onze laatste bezienswaardigheid. Een gepassioneerde oud-piloot loodste ons door het museum. Onze groep jonge gasten waren danig onder de indruk.
De heenreis was een stipte rit; de terugreis ook. Vincent Fourni, de organisator van deze unieke uitstap, had geen betere planning kunnen opmaken.
Foto's van deze activiteit vind je op http://2010.vtiwaregem.eu
Christian Demeulemeester
|